Aanzet 420.
24-11-2020 Amsterdam.
Vlaardingen 2.

1 of twee dagen heb ik toen gelogeerd bij die psychiater en zag toen voor het eerst moderne kunst aan de wit- te muren zonder behang. Vervolgens werd ik opgehaald door de hoofdmeester van de lagere school die me naar een tehuis bracht in Rotterdam, ineens had ik zeg maar broertjes en zusjes, elf of twaalf in aantal. En in de tuin waar we naar harte lust konden spelen stond ook de school waar een leraares elke dag les gaf, ieder kind had een eigen rooster want we verschilden allemaal in leeftijd. Zij reisde dagelijks vanuit Leiden op en neer en kennelijk studeerde ze zelf ook nog iets, want op de voor haar vrije momenten zag ik haar altijd lezen en schrijven en ik bewonderde haar handschrift. Kortom ik leefde dus in een beschermde omgeving en we had- den om de zoveel dagen telkens weer een andere leider of leidster en in de keuken stond juffrouw Jenny een sympatieke oudere dame en de directeur heette meneer Leeker die weer een zoon had van mijn leeftijd en een oudere dochter. Voor de verhuizing naar de Maasstad toen ik dus nog in Vlaardingen woonde kan beschouwd worden als tamelijk surrealistisch. Om in het kleine huisje te komen klom ik op het hek dan op de schuur en via de dakgoot ging ik dan naar binnen door het zolderraam, vervolgens via de trap naar beneden door de huis- kamer waar een gat in de houten vloer zat want het hout was vermolmd, waardoor een naaimachine erin was weggezakt. In de keuken die waarschijnlijk een stenen vloer had werkte de waterkraan wel en dus ook in de WC maar de electriciteit werkte al enige tijd niet meer en ik begreep niet waarom, maar het gas werkte wel en als ik dat hoog zette was er toch licht. Mijn vader die altijd aan het klussen was toen hij nog leefde zou dat gat in die vloer onmiddellijk hebben gerepareerd, maar mijn moeder wist er geen raad mee en ik nog minder. Zo probeerde ik toen ooit eens zelf soep te maken zoals ik het mijn ouders had zien doen, maar kan me eerlijk ge- zegd niet meer herinneren hoe dat is afgelopen. Waarschijnlijk kon ik wel de deur uit maar daar ik geen sleutel had, er niet in, vandaar dat dakraam. Heel lang heb ik dat niet durven opschrijven. Waar ik woonde had de bij- naam “De Put” en stond beneden aan een dijk waarop een grote Molen en de weg naar Hoek van Holland, achter die dijk de havenwerven. In de zomer keken we naar het verkeer dat naar zee reed en in de winter gleden we met de slee in de sneeuw van de dijk. Die Put is op nieuw bebouwd en geen Put meer. Toen ik een keer met mijn moeder naar de huisarts ging hoorde ik hem zeggen dat ik een Indo-Europeaan was. Vreemd genoeg begreep ik totaal niet dat ik anders was want zag altijd uitsluitend en alleen blanke kinderen om mij heen, gelukkig heb ik mij daar verder ook nooit zorgen over gemaakt. Maar het niet bewust zijn van wat je vertegenwoordigd, van wat je bent, van wat je in feite toch uitstraalt is eigenlijk heden ten dage nog steeds het geval. De dinky toy’s die ik van mijn stiefvader kreeg waren altijd werkauto’s nooit een personen auto. Zijn werk bestond uit het in de grond slaan van betonnen heipalen, of precieser gezegd er werd een buis in de grond geslagen, daar werd een skelet van beton- draad in gehesen en vervolgens werd die buis gevuld met vloeibaar beton. Als kind zijnde van een jaar of 7 of 8 mocht ik tijdens een vakantie een keer mee naar Delftzijl waar ik sliep in een keet en waar vanaf een drijvend ge- heel beton palen in die haven moesten worden geslagen. Wat heden ten dage totaal ondenkbaar zou zijn was dat ik als kind zijnde gewoon op die bouwplekken mocht rondlopen en alleen met een roeiboot op en neer tussen de ponton en basalt verticale kade speelde. Twee vingers kwamen daarbij een keer tussen de stalen roeiboot en kade en sindsdien zijn twee nagels misvormd. Dus mijn biologische vader een aziaat heb ik dus nooit gezien en heb ook nooit de noodzaak daartoe gevoeld. Nadat mijn stiefvader was overleden aan maagkanker had ik me graag bij de Zee verkenners hebben willen aansluiten waar ik een keer een kijkje was gaan nemen maar de thuis structuur was er niet naar om me bij dat streven te ondersteunen. Bovendien zou ik dan slechts een jaar lid hebben kunnen zijn geweest, omdat wat ik toen nog niet wist maar het Lot wel, ik op mijn tiende jaar naar Rotterdam zou verhuizen. Is dit alles zielig? Nee, zou ik zeggen, eerder een avontuur. Het perspectief werd ruimer en ik was niet meer de enige bloempot op tafel. De wereld werd groter en ik zal misschien echt wel eens verdrietig zijn geweest. Maar kan me dat nauwelijks herinneren. Bovendien leerde ik er schaken, speelde stratego en tafeltennis, las o.a. David Cup- perfield en kreeg er met de andere kinderen schilderles van Joop van Meel een toen net gelauwerde aan de Kunst Akademie afgestudeerde kunstschilder, waardoor ik vijf jaar later naar diezelfde Akademie ging, nu Willem de Koning geheten. En ik werd op mijn twaalfde vanuit het tehuis lid van een atletiekclub tot ik jaren later vijf voudig kampioen werd (60 meter sprint,60 meter horden, speerwerpen, kogelstoten en verspringen) en er toen gelijk mee stopte want trainde 4 keer in de week en moest de energie voor andere zaken gaan gebruiken.
Oplage 16. Laurens Edward Luyken.

||o-[ Edward Luyken ]-o||